Gedwongen de storm aan te horen
Op vrijdag 25 september begon het in mid en zuid Luzon, Filippijnen hard te regenen. Mijn familie woont in Laguna, Luzon waar we regen gewend zijn en dus zijn wij die nacht gerust gaan slapen. Het houdt wel op na een uur. Maar de regen werd een storm, en de storm een tropische typhoon dat twee opeenvolgende dagen het gebied teisterde. Zaterdagochtend bedachten we dat watergevoelige Metro Manila al onder water zou zijn, maar we konden niets ervan zien. Ons tv begaf het twee weken geleden. Aan de radio gekluisterd hoorden we dat op verschillende plaatsen in Metro Manilla dat het water tot daken kwam – slechts een uur van ons vandaan. Inwoners rondom het Laguna meer zijn geevacueerd. Reddingsteams van het leger, reserves, politie, allerlei hulpinstanties en vrijwilligers waren al zaterdagnacht bezig mensen uit hun ondergelopen huizen te halen. Telefoons op politiebureaus staan roodgloeiend – ouders, kinderen, jongeren, en ouderen zaten op het dak te wachten om gered te worden. Hulpinstanties puzzelen hoe ze eten en hulpgoederen kunnen brengen. Twee soldaten en vier reddingsvrijwilligers worden sinds zaterdagnacht vermist. Booteigenaren en jetskieigenaren worden opgeroepen mee te helpen. Er zijn te weinig reddingsboten.
Zondagochtend zijn wij gaan ontbijten. Ons gebied ligt hoger en wordt omringed door rijstvelden. Hooguit aten wij anderhalve dag geen groente en ons tv antenne is omgewaaid. Familieleden in Taguig, Metro Manilla zijn ook veilig. Ik luister in hulploosheid. Naast me vermaken mijn inwonende neefje en nichtjes met bordspellen. Buiten inspecteren mijn ouders en oom de tuin. In de achterkamer rust mijn zes maanden zwangere tante. Mijn familie is veilig. Maar tientallen anderen niet. Op zo’n moment vraag ik me af waarom ik niet brandweer als beroep gekozen heb. Op de radio wordt iedereen afgeraden auto te rijden. Wegen moeten vrij gemaakt worden – waar geen verkeersopstopping zijn, is het onder de modder.

Inwoners van Quezon City proberen via touwen droge grond te bereiken


Op vrijdag 25 september begon het in mid en zuid Luzon, Filippijnen hard te regenen. Mijn familie woont in Luzon’s Laguna waar we regen gewend zijn en dus zijn wij die nacht gerust gaan slapen. Het houdt wel op na een uur. Maar de regen werd een storm, en de storm een tropische tyfoon dat twee opeenvolgende dagen het gebied teisterde. Zaterdagochtend bedachten we dat watergevoelige Metro Manila al onder water zou zijn, maar we konden niets ervan zien. Ons tv begaf het twee weken geleden. Aan de radio gekluisterd hoorden we dat op verschillende plaatsen in Manila dat het water tot heuphoogte staan – slechts anderhalve uur bij ons vandaan. Inwoners rondom het Laguna meer zijn geevacueerd. Reddingsteams van het leger, reserves, politie, allerlei hulpinstanties en vrijwilligers waren al zaterdagnacht bezig mensen uit hun ondergelopen huizen te halen. Telefoons op politiebureaus staan roodgloeiend – ouders, kinderen, jongeren, en ouderen zaten op het dak te wachten om gered te worden. Hulpinstanties puzzelen hoe ze eten en hulpgoederen kunnen brengen. Twee soldaten en vier reddingsvrijwilligers worden sinds zaterdagnacht vermist. Booteigenaren en jetskieigenaren worden opgeroepen mee te helpen. Er zijn te weinig reddingsboten.

Zondagochtend zijn wij gaan ontbijten. Ons gebied ligt hoger en wordt omringed door rijstvelden. Hooguit aten wij anderhalve dag geen groente en ons tv antenne is omgewaaid. Familieleden in Manila Taguig zijn ook veilig. Ik luister in hulploosheid. Naast me vermaken mijn inwonende neefje en nichtjes met bordspellen. Buiten inspecteren mijn ouders en oom de tuin. In de achterkamer rust mijn zes maanden zwangere tante. Mijn familie is veilig. Maar tientallen anderen niet. Op zo’n moment vraag ik me af waarom ik niet brandweer als beroep gekozen heb. Op de radio wordt iedereen afgeraden auto te rijden. Wegen moeten vrij gemaakt worden – wegen die niet door verkeer verstopt zijn, zijn wel door de modder.